Polarisatie visie van Joy Enait Leiden Jongerenwerk
Waarom één cultureel referentiekader niet voldoende is
Een reflectie op de visie van Joy Enait over cultuursensitief werken en polarisatie onder jongeren in Leiden
Tijdens zijn bijdrage aan de bijeenkomst over polarisatie en jongeren in Leiden deelde jongerenwerker en cultureel antropoloog Joy Enait een observatie die veel professionals aan het denken zette. Volgens hem beschikken veel jeugdprofessionals over veel kennis, ervaring en betrokkenheid, maar bestaat er tegelijkertijd een risico dat zij onbewust één cultureel referentiekader gebruiken bij het begrijpen van jongeren.
Die observatie is niet bedoeld als kritiek op professionals. Integendeel. Volgens Enait is dit een logisch gevolg van de geschiedenis van het jongerenwerk in veel Nederlandse steden.
Hoe ontstaat een referentiekader?
De afgelopen decennia hebben veel jeugdprofessionals intensief gewerkt met Marokkaans-Nederlandse jongeren. Rond thema's als straatcultuur, groepsvorming, schooluitval, overlast en radicalisering is veel kennis ontwikkeld. Er zijn trainingen gegeven, methodieken ontwikkeld en professionals hebben veel ervaring opgedaan met deze doelgroep.
Volgens Joy Enait heeft dit ook een keerzijde. Doordat veel kennis en praktijkervaring rondom één specifieke doelgroep is opgebouwd, ziet hij dat sommige professionals onbewust dit referentiekader meenemen wanneer zij jongeren uit andere gemeenschappen ontmoeten.
Hij benadrukt dat dit meestal niet bewust gebeurt. Professionals proberen juist aan te sluiten bij jongeren. Toch kunnen eerdere ervaringen invloed hebben op de manier waarop gedrag wordt geïnterpreteerd.
Leiden is veel diverser geworden
Volgens Enait is Leiden de afgelopen jaren steeds diverser geworden. Professionals ontmoeten tegenwoordig jongeren met achtergronden uit onder andere Suriname, de Nederlandse Cariben, Somalië, Eritrea, Ethiopië, Soedan, Syrië, Afghanistan, Turkije, Marokko en vele andere landen en regio's.
Deze jongeren delen soms overeenkomsten, maar verschillen tegelijkertijd sterk in migratiegeschiedenis, opvoeding, religieuze beleving, gezinsstructuren, sociale normen, taal, familiecultuur en maatschappelijke positie.
Juist daarom waarschuwt Enait ervoor om niet één vorm van culturele sensitiviteit toe te passen op alle jongeren.
Volgens hem bestaat culturele sensitiviteit niet uit het kennen van één cultuur, maar uit het voortdurend nieuwsgierig blijven naar de verschillen tussen én binnen culturen.
Geen stereotypen, wel culturele patronen herkennen
Joy Enait maakt tijdens zijn presentaties steeds hetzelfde onderscheid.
Hij benadrukt dat culturele patronen bestaan.
Tegelijkertijd benadrukt hij minstens zo sterk dat culturele patronen nooit hetzelfde zijn als stereotypen.
Een stereotype zegt dat een groep altijd op een bepaalde manier is.
Een cultureel patroon beschrijft dat bepaalde normen, waarden of gezinsstructuren binnen een gemeenschap vaker voorkomen, zonder dat dit iets zegt over ieder individu.
Dat onderscheid is essentieel.
Professionals hoeven cultuur niet te negeren uit angst om te generaliseren. Volgens Enait moeten zij juist leren herkennen welke culturele invloeden mogelijk een rol spelen, terwijl zij tegelijkertijd iedere jongere als individu blijven benaderen.
Verschillende culturele normen
Joy Enait geeft aan dat normen over gezag, respect, opvoeding en familie per gemeenschap sterk kunnen verschillen.
Binnen sommige gemeenschappen komen meer patriarchale gezinsstructuren voor, waarbij de vader traditioneel een belangrijke gezagsrol vervult.
Binnen andere gemeenschappen spelen juist moeders, grootmoeders of de vrouwelijke familielijn een veel dominantere rol in de dagelijkse opvoeding.
Hij noemt daarbij onder andere dat binnen veel Creools-Surinaamse gezinnen de moeder vaak de centrale spil van het gezin vormt, terwijl binnen Javaanse en Hindoestaanse gezinnen vaker meer patriarchale gezinsstructuren voorkomen.
Ook binnen veel Oost-Afrikaanse gezinnen die hij in zijn werk ontmoet, bijvoorbeeld afkomstig uit Somalië, Eritrea, Ethiopië of Soedan, ziet hij regelmatig dat de vader traditioneel als belangrijkste gezagsfiguur wordt beschouwd. Tegelijkertijd merkt hij op dat de dagelijkse werkelijkheid vaak anders is. In een deel van deze gezinnen verblijft de vader langdurig in het buitenland of werkt hij elders, waardoor de moeder grotendeels verantwoordelijk is voor de opvoeding.
Volgens Enait zijn dit geen labels, maar contextfactoren die professionals kunnen helpen gedrag beter te begrijpen.
Waarom dit belangrijk is
Joy Enait merkt dat sommige professionals gedrag interpreteren vanuit ervaringen die zij eerder hebben opgedaan met Marokkaans-Nederlandse jongeren.
Dat kan ertoe leiden dat gedrag van jongeren uit andere gemeenschappen dezelfde betekenis krijgt, terwijl de achterliggende motivatie heel anders kan zijn.
Een vorm van direct communiceren kan binnen de ene gemeenschap worden gezien als openheid, terwijl dezelfde manier van communiceren binnen een andere gemeenschap juist als respectloos wordt ervaren.
Ook de betekenis van oogcontact, aanspreekvormen, groepsloyaliteit, familieverantwoordelijkheid of de manier waarop emoties worden getoond verschilt tussen culturen.
Wanneer professionals deze verschillen niet herkennen, bestaat het risico dat gedrag verkeerd wordt geïnterpreteerd.
Volgens Enait vraagt dit niet om méér aannames over cultuur, maar juist om minder aannames en meer vragen.
De Caribische gemeenschap is niet hetzelfde als de Marokkaanse gemeenschap
Een voorbeeld dat Joy Enait regelmatig gebruikt, is dat professionals soms verwachten dat methodieken die goed werken bij Marokkaans-Nederlandse jongeren automatisch ook effectief zijn bij jongeren met een Caribische achtergrond.
Volgens hem gaat die aanname niet op.
Binnen veel Caribische gezinnen bestaan andere familieverhoudingen, andere opvoedingspatronen, een andere omgang met autoriteit, een andere manier van communiceren en een andere historische achtergrond dan binnen veel Marokkaans-Nederlandse gezinnen.
Ook binnen de Caribische gemeenschap bestaan overigens weer grote verschillen tussen bijvoorbeeld Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten en Suriname, en ook daarbinnen verschillen gezinnen onderling.
Volgens Enait is het daarom belangrijk om niet alleen cultuursensitief te zijn, maar ook cultuurnieuwsgierig.
Ook binnen migrantengroepen bestaan verschillen
Een andere observatie uit de Leidse praktijk is dat professionals soms spreken over "de islamitische jongeren", terwijl jongeren zichzelf helemaal niet als één groep ervaren.
Marokkaans-Nederlandse jongeren die al twee of drie generaties in Nederland wonen, hebben vaak een heel andere leefwereld dan Syrische jongeren die enkele jaren geleden zijn gevlucht.
Sommige Syrische jongeren zijn als alleenstaande minderjarige naar Nederland gekomen en hebben oorlog, verlies en migratie meegemaakt.
Andere jongeren groeien al hun hele leven op in Nederland.
Volgens Enait is het belangrijk dat professionals deze verschillen blijven zien.
Tegelijkertijd geven jongeren zelf regelmatig aan dat zij ervaren dat de buitenwereld hen toch als één groep behandelt vanwege hun islamitische achtergrond.
Dat gevoel van "op één hoop worden gegooid" kan bijdragen aan gevoelens van uitsluiting en polarisatie.
Wetenschappelijke ondersteuning
De observaties van Joy Enait sluiten aan bij verschillende wetenschappelijke theorieën.
De ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner laat zien dat jongeren zich ontwikkelen binnen meerdere systemen tegelijk, zoals gezin, school, vrienden, buurt en samenleving. Gedrag ontstaat uit de wisselwerking tussen deze systemen en kan nooit vanuit één factor worden verklaard.
De Social Identity Theory van Tajfel en Turner beschrijft hoe jongeren zich sterker identificeren met groepen wanneer zij ervaren dat hun identiteit onder druk staat of onvoldoende wordt erkend.
John Berry laat met zijn acculturatietheorie zien dat jongeren met een migratieachtergrond voortdurend zoeken naar een balans tussen de cultuur van thuis en de samenleving waarin zij opgroeien.
Deze theorieën ondersteunen wat Joy Enait dagelijks in de praktijk ziet: gedrag ontstaat nooit vanuit cultuur alleen, maar cultuur is wél een belangrijke contextfactor die professionals serieus moeten nemen.
Een nieuwe vorm van culturele sensitiviteit
Volgens Joy Enait vraagt de huidige diversiteit in Leiden om een bredere vorm van culturele sensitiviteit dan voorheen.
Niet één doelgroep vormt nog het uitgangspunt.
Professionals moeten zich kunnen bewegen tussen uiteenlopende leefwerelden en bereid zijn hun eigen referentiekader voortdurend ter discussie te stellen.
Dat vraagt om zelfreflectie.
Welke aannames neem ik mee?
Waarom interpreteer ik bepaald gedrag op deze manier?
Welke culturele betekenis geef ik hieraan?
En klopt die interpretatie eigenlijk wel?
De belangrijkste les
De belangrijkste boodschap van Joy Enait is misschien wel dat cultuursensitief werken begint met bescheidenheid.
Niet denken dat je een cultuur kent.
Niet denken dat je een jongere begrijpt omdat je eerder met vergelijkbare jongeren hebt gewerkt.
Maar steeds opnieuw nieuwsgierig zijn.
Iedere jongere heeft een eigen verhaal.
Iedere familie kent een eigen geschiedenis.
Iedere gemeenschap kent interne verschillen.
En juist wanneer professionals bereid zijn om die verschillen serieus te nemen, ontstaat er ruimte voor vertrouwen, verbinding en effectieve begeleiding.
In een stad als Leiden, waar jongeren uit tientallen verschillende culturele achtergronden elkaar dagelijks ontmoeten, is dat volgens Joy Enait geen luxe, maar een noodzakelijke professionele houding. Niet één cultureel referentiekader, maar een open blik op de diversiteit van jongeren vormt de basis voor goed jongerenwerk en voor het voorkomen van polarisatie.